Bijen

Wij werken tot nu toe enkel met carnica bijen. e carnica of Apis ellifira carnica ( ook wel grijze bij of Sloveense bij genoemd). Kent zijn oorsprong in Slovenie uit de regio Krain. Ze is naast de Buckfast (is een kruising van verschillende soorten bijen) de meest gebruikte bij in de Vlaamse imkerij.

In elke kast zitten ongeveer 80.000 bijen, waarvan: 1 koningin ( ze is smal met een lang achterlijf). Ze legt ongeveer dagelijks 1500 eitjes. Imkers gaan de koningin meestal een merkteken geven met een nummer zodat de koningin onmiddellijk in de kast opgemerkt wordt. Aan de hand van dit merkteken kan de imker alle informatie van deze koningin achterhalen in zijn databank.

De darren zijn de mannelijke bijen, ze zijn ronder dan de werksters en lijken daardoor iets groter. Er zitten ongeveer 500 darren in de kast.

De werkster bijen zijn de grootste in populatie in de kast ( tussen de 20000 en 70000). Ze wegen hetzelfde als een dar (100mg) maar zijn fijner van lichaam.

kasten

Er zijn verschillende modellen en soorten kasten, zowel in hout, kunststof of styropor, daarnaast hebben we ook verschillende modellen zoals simplex, dadant, kempich model, duits normaal, zander…..

Wij gebruiken houten simplex kasten.

De kasten bestaan uit een onderstel met vliegplank waarop de bijen landen, onderaan zit een schijf bodemschijf. Deze schijf dient om onder andere de kast te controleren op varroa (parasiet die de bijen aantast en tot sterfte kan leiden). Op het onderstel plaatsen we een hoogsel of bak, daarin komen de ramen met was. Meestal plaatsen we twee delen op elkaar afhankelijk van de grootte van het volk. Deze dienen om ons broed en de bijen te laten in leven. Na enkele tijd gaan we een koninginnerooster plaatsen en zetten we er een derde romp boven, deze dient dan als honingzolder, de rooster is zodanig dat de bijen er door kunnen maar de koningin niet, zodoende kan de koningin geen eitjes leggen in de honingzolder zodat we geen probleem hebben dat er broed zou zitten wanneer we de honing willen oogsten.

Flora

Bloemen ,planten en bomen zijn uiteraard onmisbaar voor de bijen, ook kruiden zijn niet onbelangrijk. Naast de bloemen en planten hebben de bijen ook water nodig, dit gaan ze halen aan beken, waterlopen, vijvers, grasdouw, we kunnen ook een bijenkroeg maken voor onze bijen.

Enkele nuttige bloemen; Tulpen, hyacinten, salvia, anemonen, campanula,...

Interessante planten; Zuurbes, lavendel, contoneaster,……

Bomen Kers, linde, berk, spork, haagbeuk……..

Kruiden; Klaver, rozemarijn, tijm, mosterdzaad….

Materiaal

Het materiaal van de imker kan zeer uiteenlopend zijn, afhankelijk van de manier en wijze van imkeren. Iedere imker gebruikt zijn manier van werken en gebruikt de materialen wat voor hem het handigst zijn, toch is het basismateriaal ongeveer bij elke imker hetzelfde.

We zetten enkele zaken op een rij;

Bescherming

Op sommige foto’ s zie je imkers of mensen werken aan bijen zonder enige bescherming ( kan en mag best) maar voorzichtigheid is toch geboden. Daarom dragen we enkele beschermende middelen zoals handschoenen, laarzen, overal met kapruin.

benodigdheden bij het werken aan de kasten

We gebruiken enkele handige toestellen bij het openen en werken aan de kast.

De beroker

deze dient om de bijen die wat agressief zijn te kalmeren, de roker vullen we met bladeren, takjes en droog mos.

Beitel

deze gebruiken we om de kastkelen van elkaar te halen, meestal kleven ze door de honing en propolis vaak aan elkaar. We kunnen er ook overtollige was mee weg schrapen.

Raamheffer

Deze dient om de ramen mee uit de kast te heffen zodat we deze kunnen controleren of verplaatsen.

Borstel

Deze dient om de bijen voorzichtig mee van de ramen te vegen.

Plantenspuit

deze heeft hetzelfde als de beroker, we nevelen wat water op de bijen en deze gaan dan meestal dieper in de kast kruipen, dient eveneens om de kast wat mee te bevochtigen.

Koninginnekooi

dient om de koningin in te stoppen wanneer we aan de kast werken, zo kan deze niet per ongeluk gedood worden tijdens de werken.

Benodigdheden bij het oogsten van de honing

Ontzegelbak

bestaat uit inox en dient om de ramen te ontzegelen.( bijen gaan de honing in de raten afdekken met een wasdekseltje zodat de honing kan bewaren in de kast). Het dekseltje moeten we wegnemen alvorens de honing te oogsten.

Ontzegelmes en -vork

dient om de waswafels te ontzegelen. Met de punten van de vork gaan we de wasdeksels gaan wegnemen, het kan ook door met het ontzegelmes over de waswafel te schuiven.

Slinger

dient om de honing te oogsten. We gaan de ontzegelde wasramen in de slinger plaatsen en deze door een ronddraaiende beweging ontdoen van de honing. Andere manieren zijn ook door de honingraten uit te snijden tot brokhoning of de honing te persen.

Rijper

De rijper; dient om de uitgeslingerde honing in op te vangen en te bewaren, de honing blijft er gedurende enkele dagen of weken in rijpen zodat het de gewenste vochtgehalte krijgt en in de rijper gaan we ook de honing roeren, zodat deze smeuïg en zacht wordt.

Zeven

dienen om onze honing te zeven zodat er geen onreinheden meekomen wanneer we de honing gaan afvullen in potten.

Refractometer

dient om het vochtgehalte te controleren bij het roeren. Het vochtgehalte gaat de bewaartijd bepalen.

Menger

dient om de honing te roeren zodat deze smeuïg wordt.

oogsten van de honing

Wanneer de raten vol met verzegelde honing zitten kunnen we overgaan tot het oogsten. Dit kan door de raten te gaan slingeren, persen, snijden… Wij hanteren het slingeren.

Na het ontzegelen van de ramen gaan we deze in de slinger plaatsen. Door de centrifugale kracht gaan we de honing uit de ramen gaan slingeren en loopt deze via de wanden naar onder in de slinger. Onderaan zit een kraantje, de honing loopt door de zeven in de rijper. Na enkele dagen (afhankelijk van het vochtpercentage) gaan we de honing afvullen in potten en voorzien van de etiketten met de nodige voorgeschreven regels en normen zoals lotnummer, bewaardatum, naam…

Tips om de bijen te helpen

  • Bijen zijn zeer goede stuivers dus zet gerust een fruitboom in je tuin (laagstam).
  • Zorg voor een niet al te strakke tuin met veel gras. Geef de bijen een diversiteit aan bloemen en planten, liefst het hele jaar door, dus zorg ook voor vroegbloeiers zoals krokussen, hyacinten, tulpen…
  • Vermijd sproeistoffen, ze zijn schadelijker dan je denkt voor zowel dier als voor de mens.
  • Bijen zijn van nature uit niet agressief en vallen je ook niet lastig als je iets eet of drinkt op je terras dus laat ze met rust en dood ze niet.
  • Wanneer je een nest waarneemt in je tuin of aan je huis verdelg ze niet maar bel een imker, hij zal je met plezier komen helpen om de nest weg te nemen. Probeer het zelf niet, zeker niet zonder beschermende kleren.
  • Bijen willen met rust gelaten worden en willen niet gestoord worden dus wees voorzichtig bij het naderen van een nest.
  • Plaats insectenhuisjes je zal versteld staan welke insecten er allemaal op af komen.
  • Draag zorg voor de bijen, wanneer de bijen uitsterven zullen de mensen ook sterven, vergeet niet dat de bijen tot 80% van de bestuiving doen, dus geen bijen geen voedsel.

Meer info over hoe je wilde bijen kan helpen in je tuin vind je op de site van natuurpunt

Allergie

Mensen met een allergie voor honing of producten op basis van honing of propolis komen zelden voor, ze zijn er echter wel. Mensen met een allergie voor bijengif zijn er wel meer.

Bij een bijenprik steekt de angel in het lichaam, aan de angel zit een weerhaakje, deze blijft in het lichaam zitten en de bij trekt zich los waardoor ze meestal sterft. Het gifzakje blijft aan de angel hangen en pompt gif in ons lichaam. Bij de meeste mensen blijft dit dan bij jeuk en een rode pijnlijke zwelling die meestal onschuldig is en na een paar uren terug weg is. Zwellingen ter hoogte van de mond en keel zijn uiteraard gevaarlijker (verstikkingsgevaar).

Er zijn drie gradaties te onderscheiden

  1. Graad 1: huidklachten, jeuk, pijn, netelroos over meerdere plaatsen van het lichaam.
  2. Graad 2 : zelfde klachten als bij graad 1 maar met bijkomende klachten zoals zwelling van de tong, druk op de borst, braken, misselijkheid, diarree en een duizelig gevoel.
  3. Graad 3: zelfde als graad 1 en 2 maar met bijkomende klacht van heesheid, hoesten en kortademigheid.

In geval van 2 en 3 ga je best bij de arts of naar de spoedafdeling van het ziekenhuis.

Bij een bijenprik kan je best zo snel mogelijk de angel verwijderen, dit kan je doen met een pincet of door hem met de vingernagel uit het lichaam te duwen. Daarna kan je het gif eruit duwen of uitzuigen, hiervoor zijn in de handel verschillende toestelletjes te verkrijgen. Je kan eventueel ook allergiemedicatie innemen of in de extreme gevallen immuniteit-therapie volgen waarbij op gecontroleerde en bepaalde tijdstippen bijengif wordt toegediend. In overleg met een arts kan je op voorschrift een ipepen aanvragen.